top of page

Waarom worden Aalstenaars 'ajuinen' genoemd?

Wie door Aalst wandelt, hoort het woord vroeg of laat vallen: ajuin. Niet als scheldwoord, maar als geuzennaam — iets waar de stad ondertussen best trots op is. Maar hoe raakte een gewone ui zo verweven met de identiteit van een hele stad?


Een spotnaam met stevige wortels

De bijnaam is intussen zo ingeburgerd in heel Vlaanderen dat je nauwelijks nog van een echte scheldnaam kan spreken: zeg 'ajuin' en iedereen weet dat je het over een Aalstenaar hebt. De oorsprong ligt in de 19de eeuw, een periode waarin de ajuinenteelt in en rond Aalst enorm floreerde. Naast de bekende hopmarkt had de stad toen ook een drukbezochte uienmarkt. De ui was met andere woorden geen toevallig lokaal gewasje, maar een heuse economische motor.

Van die bloeiperiode rest vandaag nog een tastbaar spoor in het straatbeeld. De voormalige Ajuinstraat is de huidige Felix de Hertstraat, die destijds uitkwam op het Ajuinveld — nu de wijk rond de Watertoren. Wie er vandaag doorheen wandelt, doorkruist zonder het te beseffen het oude hart van de Aalsterse ajuinhandel.



Meer dan handel: ook een kwestie van overleven

Er schuilt ook een minder vrolijke kant achter de bijnaam. De 19de eeuw kende in Vlaanderen enkele zware, mislukte oogsten die her en der tot honger leidden. Terwijl elders de nood hoog was, konden veel Aalsterse gezinnen dankzij hun eigen ajuinenteelt wat makkelijker het hoofd boven water houden. De ui was dus niet alleen handelswaar, maar voor heel wat mensen ook gewoon een broodnodige bron van voedsel en inkomen in schaarse tijden.


Niet de eerste, wel de sterkste bijnaam

Ajuin is verre van de eerste bijnaam die de Aalstenaars kregen opgeplakt. Eerder al waren ze witvoeten — een verwijzing naar een belastingvrijstelling, vergeleken met witvoetige paarden die van tolrecht werden vrijgesteld — en draaiers, een spotnaam die de Gentenaars hen gaven nadat Aalst trouw bleef aan Keizer Karel V tijdens een Gentse opstand. Vanuit Dendermonde klonk dan weer al eens zotten. Geen van die namen heeft echter standgehouden zoals ajuin dat deed: sinds de 19de eeuw verspreidde de bijnaam zich over heel Vlaanderen en verdrong ze stilaan alle voorgangers.

Hoe diep de naam al leefde, blijkt uit een optocht uit 1890 waarin de stad zichzelf uitbeeldde als een reusachtige ajuin. Ook in een oud spotliedje over een Aalstenaar die op straat ajuinen staat te pellen, klinkt de bijnaam luid door — een lied dat sinds het einde van de 19de eeuw in verschillende varianten de ronde deed in de streek.


De rivaliteit met Dendermonde

Geen ajuinenverhaal zonder de eeuwenoude, inmiddels ludieke vete met buurstad Dendermonde. Die rivaliteit gaat terug tot de 12de eeuw, toen Dendermonde tol begon te heffen op schepen die via de Dender naar Aalst voeren — tot groot ongenoegen van de Aalstenaars. Vandaag uit die strijd zich vooral nog in een goedaardige plagerij: tijdens de Ros Beiaardommegang in Dendermonde, het feest rond het legendarische paard Ros Beiaard, worden ajuinen ingezet om de 'Aalsterse ajuinen' een beetje te jennen. Van vijandschap naar folklore, zeg maar.


Van scheldnaam tot geuzennaam

Wat ooit als spot begon, is stilaan een identiteit geworden. De ajuinenteelt zelf is intussen grotendeels verdwenen, opgeslokt door moderne nijverheid, maar de naam bleef hangen — en overleefde daarmee alle andere Aalsterse bijnamen die de eeuwen voordien de revue passeerden. Vandaag draagt de stad de titel met plezier: Aalst is de Ajuinstad, en de Aalstenaars zijn — met een vleugje trots — de Ajuinen.


Meer weten over de geschiedenis van Aalst? Boek dan ons stadsspel met kookworkshop Koken op z'n Vlaams of dompel je onder in de negentiende eeuw met de wandeling Van arbeider tot fabrieksdirecteur.

Opmerkingen


Inschrijvingsformulier

Bedankt!

+32468497490

Welke nieuwsbrief ontvang je graag?

Stationstraat 13, 9300 Aalst

  • Facebook
  • Instagram

BE1013 991 379
©2020 door De Plek. 

bottom of page